Restlevensduur riolering
donderdag 25 november 2010
Er wordt in Nederland jaarlijks een groot bedrag besteed
aan rioolbeheer. De verwachting is dat de kosten voor rioolbeheer
in de toekomst sterk zullen stijgen. Erg vreemd is dan hoe
gemakkelijk er soms wordt omgegaan met de berekening van
rioolbeheerkosten.
Voor de gemiddelde levensduur van riolering wordt in veel
gemeentes nog altijd gerekend met zestig jaar. Vele inspecties
hebben aangetoond dat dit niet altijd het geval is. In bijvoorbeeld
zettingsgevoelige gebieden lijkt een levensduur van dertig jaar
amper haalbaar, terwijl er op zandgronden een levensduur van
tachtig jaar mogelijk is. Tevens zijn er nog riolen uit de jaren 50
van de vorige eeuw waarvan de betonkwaliteit vrij slecht
is. Een riool met een vaarmoerverbinding blijkt op
langere termijn veel meer lekkage te geven dan een
riool met een mofspie.
Invloed aanleg op restlevensduur
Bij het aanleggen van een nieuw riool blijkt dat het nogal
moeilijk is om binnen de gestelde voorgeschreven standaardmarges
het riool aan te leggen. Regelmatig gebeurt het dat inlaten niet
goed zijn aangebracht of het afschot in het riool onvoldoende is.
Bij het aanleggen van het riool is het dan ook van groot belang dat
marges worden gecontroleerd door de opdrachtgever. Een
video-inspectie kan veel gebreken alsnog opsporen en aantonen. Het
constateren van stagnant water bij de video-inspecties is een
voorbode van onvoldoende afschot in de leidingen.
Belang van restlevensduur
Om niet voor verrassingen te komen te staan door bijvoorbeeld
onverwachte vervangingskosten is het van belang dat de beheerder
een goed beeld heeft van de te verwachten levensduur. Dit zal
leiden tot een meer nauwkeurige kostenbepaling van het beheer en
onderhoud in de toekomst.
Kostentabellen
Meer informatie over de kosten van het aanbrengen van
riolering?
Bekijk dan op onze site de tabellen in het RAW-deel
25 Leidingwerk:
Riolering.
Naar het archief